Bijna elke dag hoor ik bijzondere, ontroerende of herkenbare levensverhalen. Ik kom ze tegen in mijn werk of privéleven. Hier deel ik ze met je. Regelmatig stel ik iemand de simpele vraag: welke gebeurtenis was belangrijk voor de verdere loop van je leven?
Het antwoord is steeds weer verrassend.

ASJHA:

In 2000 had ik een blind date met een man, met wie ik al drie weken mailde. We hadden dezelfde mening, dezelfde grapjes, we gebruikten zelfs hetzelfde Carmiggelt-woord: “epibreren”. Dit was too good to be true.


De date was op vrijdagavond. Ik was bloednerveus. Ik wist niet hoe hij eruitzag en ik had zijn stem nog nooit gehoord. De kroeg waar we afgesproken hadden, heette aan de voorkant anders dan aan de zijkant. Ik sms’te: ik kan het niet vinden. Hij antwoordde: volgens mij sta je voor de deur. Uiteindelijk belde ik hem. Hij sprak de historische woorden: ‘ben je blind of zo? Ik zie je buiten staan bellen!’ Ik keek door het raam en zag een man met zwart haar, een zwart T-shirt en een grote zwarte hoornen bril. En ik dacht: wat een knappe vent! 


Ik ben naar binnen gegaan en the rest is history. We zijn het café en daarna de discotheek uitgezet omdat ze dicht gingen. We eindigden in een internetcafé tussen de zwervers. ’s Ochtends om half negen bracht hij me naar huis en gaf me drie zoenen op de wang. Toen hij wegliep dacht ik: ok, daar loopt dus een kleine dikke man. Maar ik vond hem geweldig. 


We zijn nu 19 jaar samen. Vriendinnen vragen me weleens: hoe kom ik aan zo’n man?

Dan zeg ik: ik heb de mazzel gehad dat ik niet wist hoe hij eruitzag en dat ik zijn zachte g nog niet had gehoord. Want op mijn lange lijst, waar een man aan moest voldoen, stond George Clooney, niet een leuke kleine Brabo.


Asjha van de Akker, eindredacteur tv en schrijfster van ‘Et Voilà!’. 

JOAN DEN EXTER:

“Ik woonde in België met mijn man Willem en onze twee zoons en werkte als agent voor Franse kinderkleding. Ik wilde heel graag een eigen kledingbedrijf opzetten om ook mijn creatieve kant aan bod te laten komen. Via een vriend ontmoette ik Trudie. Zij maakte kledingstukken voor haar kinderen. Toen ik haar werk zag, wist ik: als we dit op de markt brengen, zijn we binnen twee weken uitverkocht. 


We besloten samen een bedrijf te starten. Bij Willem was eerder een melanoom ontdekt. Hij was behandeld, schoon verklaard en hij had net zijn werk weer opgepakt. Trudie en ik waren druk bezig met de opstart van ons bedrijf - we moesten nog 20.000 euro vinden, dan konden we beginnen - toen Willem plotseling werd ontslagen. De paniek sloeg toe; we hadden kinderen, een koophuis en geen geld. Ik besloot: ik stop met het bedrijf en ik zoek een baan. 


Toen kwamen mijn ouders onverwacht langs. Ze zeiden: ‘Joan, wij zien jouw enthousiasme en vinden dat je door moet gaan. We geven je het geld dat je nodig hebt voor je bedrijf.’ Mijn ouders, die altijd vonden dat ik voor het zekere moest gaan, zagen wie ik was en wat ik nodig had. Dat was zo bijzonder! 


Zo is Muy Malo begonnen. De collectie was een groot succes en de ondernemer in mij was wakker gemaakt; ik leerde vertrouwen op mijn visie en ondervond dat, als je voor je passie gaat, de kans op succes groot is. 

Willem is huisman geworden. Daardoor zijn hij en de jongens erg met elkaar verweven geraakt. Mooi dat het zo is gelopen, want 5 jaar later is Willem gestorven aan kanker.” 


Joan den Exter, Mode MVO consultant.

RENÉ:

Ik ben opgegroeid in Vlaardingen, waar het leven heel voorspelbaar was. Je ging trouwen, een huis kopen, gezin stichten, naar het bejaardentehuis en dan ging je dood. Ik leidde daar een heel beschermd leventje en op de middelbare school vond ik het steeds saaier worden. 

Na het vwo ging ik in Amsterdam Frans studeren en moest op kamers. Ik had een adres gekregen in de Sarphatistraat. Toen ik aanbelde, werd de deur met een touw opengetrokken. Eerst zag ik een hoge smalle trap, toen een vrouw die met een hond naar beneden gerend kwam. Ze had Zweedse klompen aan en een stoer leren vest. Die vrouw was mijn toekomstige hospita, Marianne, dertig jaar en net aan de Rietveldacademie begonnen. Haar vriend was kunstschilder en samen waren ze eigenaar van het pand en verhuurden kamers aan studenten. Ik nam de kamer. Er waren nog twee studenten, en met z’n allen vormden we een soort woongemeenschap. 


Marianne en haar vriend maakten mij bitwijs in Amsterdam en lieten mij een totaal ander levensmodel zien dan ik gewend was; ze waren niet getrouwd en hadden bewust geen kinderen. Ik wist meteen: dit zijn míjn mensen! Marianne bleek te beeldhouwen, terwijl mijn droom altijd was om beeldhouwer en schrijver te worden, net als Jan Wolkers. De puzzelstukjes vielen in elkaar en alles kwam samen. 

Dankzij Marianne zag ik dat dromen waar kunnen worden. Pas op je dertigste gaan studeren paste niet in het plaatje, maar ze deed het gewoon. Ik zag dat je stappen moet nemen en zo steeds een stapje dichter bij jezelf komt.


Daar op mijn eerste kamertje wist ik: nu gaat het leven beginnen! 

https://www.youtube.com/watch?v=YTJoJRTb0L8


René, vertaler en leraar Nederlands in München. 

Deze website maakt gebruik van cookies. Zie onze Privacybeleid voor meer informatie.

OK